pasar: tegenwoordige tijd

pasar betekent ‘to spend (time)’. Het is een regelmatig werkwoord op ar: haal ar weg, de stam pas- blijft en de uitgang komt erbij.

pasarto spend (time)

PersoonVormVertaling
yopasoI spend
túpasasyou spend
él / ellapasahe spends
nosotrospasamoswe spend
vosotrospasáisyou all spend
ellos / ellaspasanthey spend

Voorbeeld

Nosotros pasamos el fin de semana en casa.

We spend the weekend at home.

Oefen pasar

Zes vormen, in korte stappen. De voortgang wordt in deze browser bewaard.

Zeg het hardop in de app

In ReLemma heeft de trainer een spreekstap met uitspraakbeoordeling en komen beheerste vormen terug net voordat je ze zou vergeten. Je voortgang blijft in je account.

Get it on Google PlayDownload on the App Store
Of lees in de browser

Andere werkwoorden

Alle 100 werkwoorden in de trainer →