trabajar: tegenwoordige tijd
trabajar betekent ‘to work’. Het is een regelmatig werkwoord op ar: haal ar weg, de stam trabaj- blijft en de uitgang komt erbij.
trabajarto work
| Persoon | Vorm | Vertaling |
|---|---|---|
| yo | trabajo | I work |
| tú | trabajas | you work |
| él / ella | trabaja | he works |
| nosotros | trabajamos | we work |
| vosotros | trabajáis | you all work |
| ellos / ellas | trabajan | they work |
Voorbeeld
Nosotros trabajamos en una oficina.
We work in an office.
Oefen trabajar
Zes vormen, in korte stappen. De voortgang wordt in deze browser bewaard.
Zeg het hardop in de app
In ReLemma heeft de trainer een spreekstap met uitspraakbeoordeling en komen beheerste vormen terug net voordat je ze zou vergeten. Je voortgang blijft in je account.
Of lees in de browser